In dit filmpje leg ik uit wat enkelvoudige en samengestelde zinnen zijn, en wat hoofd- en bijzinnen zijn. In het vervolgfilmpje lef ik uit welke soort bijzinnen er zijn:
https://www.youtube.com/watch?v=aAr5bgsQjHg&feature=youtu.be
Een paar toevoegingen:
- Het onjuist dat in de hoofdzin het onderwerp en persoonsvorm ALTIJD naast lekaar staan. Meestal wel. Maar in dit voorbeeld niet: "Gisteren werd door middel van een loting het gastland aangewezen" of "Zonder bijbaantje kunnen ook vandaag de dag weinig gepensioneerden goed rondkomen."
- In het filmpje zeg ik dat de zin 'Julia ziet dat hij zwemt' de hoofdzin 'Julia ziet' is. Dat is in principe een misvatting. De hoofdzin is hier 'Julia ziet dat hij zwemt'. Een bijzin wordt niet aan een hoofdzin vastgehecht, maar hij maakt er deel van uit.